Monografie:  Bouwpromotor  (NACE-Bel Code   710)    MON004

Laatste bijwerking:  151/11/2003                                                                        11/11/2003

 

Description: http://images.google.be/images?q=tbn:qp3JjEk47p0C:www.infobuild.be/images/werf.jpg

 

Inhoud:

 

1. Algemeen

2. Dagelijkse Administratie/ Boekhouding verplichtingen

3. BTW

4. Rechtstreekse belastingen.

5. Personeel

6. Verzekeringen

7. Websites en Literatuur

 

 

1. Algemeen:

 

- Definitie, algemene werking van de sector:   .

Deze monografie bestrijkt als vakgebied: Handel in onroerend goed, bouwen, verbouwen voor verdere verkoop.

 

(Wet Breyne: wet van 9 JULI 1971. "Wet tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen" Gepubliceerd op : 11-09-1971) Deze wet werd in de loop der jaren meermaals gewijzigd en kan u via de site van het ministerie van justitie raadplegen via de knop 'geconsolideerde wetgeving'. In het zoekscherm tikt u er naast 'juridische aard' 'wet' aan, naast 'afkondigingdatum' tikt u in '1971-07-09'. U klikt vervolgens op 'lijst' en 'detail' om de volledige tekst te kunnen lezen.

 

 

2. Dagelijkse Administratie/ Boekhouding verplichtingen:

 

De boekhoudverplichtingen vloeien voort uit de algemene wet op de boekhouding van ondernemingen.

 

1. Staving van ontvangsten:

Ontvangsten worden gestaafd door  authentieke aktes en facturen.  Er zijn gaan kasontvangsten in deze sector.

 

2. Staving uitgaven:

Elke uitgave dient gestaafd door een verantwoordingsstuk authentieke akte of factuur.

 

3. Inventaris: Elk jaar dient een inventaris opgesteld te worden waarin de projecten worden opgenomen volgens vorderingsstaten.

De inventaris is een essentieel bestanddeel van de boekhouding en van de bepaling van de winst

 

 

3. BTW en Registratierechten:

 

- Specifieke eisen:

 

- Tarieven:

 

- Voordelen van alle aard:

 

- Aftrek voorbelasting:

 

 1.  . . . . . . . .

 2. Aftrekregeling voor B.T.W.-belastingplichtigen – beroepsoprichters

 

De aftrekregeling voor de BT.W.-belastingplichtigen beroepsoprichters is een complexe materie die behandeld wordt in aanschrijving 17 van 29 juli 1975.

 

Uit de aard van de werkzaamheid van een beroepsoprichter blijkt in de praktijk dat hij een gemengde B.T.W.-belastingplichtige is.  Zij mogelijke activiteiten bevinden zich in de volgende sfeer:

 

-          de verkoop van nieuwe gebouwen binnen de B.T.W.-termijn;

-          de verkoop van gebouwen buiten de B.T.W.-termijn;

-          de onttrekking van gebouwen op basis van artikel 12, §1, 2°, artikel 12, § 1, 3°, artikel 12, §1, 5° en artikel 12, §2;

-          de verkoop van grond, eventueel samen met infrastructuurwerken;

-          het verrichten van aannemingswerken;

-          het verwerven van inkomsten uit verhuurde gebouwen;

-          de tussenkomst als makelaar of lasthebber bij de verkoop van gebouwen en/of gronden;

-          de vestiging (de overdracht of de wederopdracht) van allerlei zakelijke rechten andere dan het eigendomsrecht;

-          eventueel nog andere activiteiten.

 

De aftrekregeling voor gemengde B.T.W.-belastingplichtigen wordt geregeld door:

-          artikel 46, §1 de regel van het algemeen verhoudingsgetal

-          artikel 46, §2 regel van het werkelijk gebruik.

 

Het ligt voor de hand, uit de aard van de verrichte handelingen van een beroepsoprichter, dat de regel van het werkelijk gebruik zoals voorzien in artikel 46, §2, van het W.B.T.W. wordt toegepast.

 

Inzake de beroepsoprichter wordt deze regeling uitgewerkt in de Aanschrijving nr. 17 van 29 juli 1975.

 

De B.T.W. die aangerekend werd aan de beroepsoprichter wordt hierbij verdeeld in vier categorieën:

1)      volledig aftrekbare B.T.W.

2)      niet aftrekbare B.T.W.

3)      aftrekbare B.T.W. via het bijzonder verhoudingsgetal m.b.t. het werkelijk gebruik;

4)      aftrekbare B.T.W. volgens het algemeen verhoudingsgetal rekening houdend met het geheel van de verrichte handelingen.

 

 

2.1. Volledig aftrekbaar

 

Zij volledig aftrekbaar voor de beroepsoprichter:

De B.T.W. m.b.t. de bouwkosten. Dit zijn voornamelijk:

-          de opgemaakte plannen of bestekken m.b.t. gebouwen, studiewerk, ook studiewerk m.b.t. de weerstand, de stabiliteit van de grondt;

-          de aankoop van bouwmaterialen;

-          de leveringen of verrichte diensten m.b.t. gebouwen (b.v. onderaannemingen, vervoerskosten, …);

-          de huur van machines en materieel ( b.v. kranen) voor de oprichting van gebouwen;

-          de aankoop van machines en van toestellen gebruikt bij de oprichting van gebouwen;

-          de aankoop van vervoermiddelen uitsluitend gebruikt voor de werkzaamheid als beroepsoprichter (b.v. een vrachtwagen, een minibus).  Uiteraard moet hier eventueel rekening gehouden worden met artikel 45, §2 van het W.B.T.W.;

-          de aankoop van een afgewerkt gebouw vanaf januari 1993.

 

 

2.2. Niet –aftrekbare B.T.W.

 

Zijn niet aftrekbaar voor de beroepsoprichter:

De B.T.W. die uitsluiteend betrekking heeft op handelingen m.b.t. de grond.

Dit zijn voornamelijk:

-          de kosten van opmeten en afpalen m.b.t. de aankoop van grond;

-          de commissies bij de aankoop van grond;

-          de commissies bij de verkoop van grond zonder gebouwen;

-          de commissies bij de verkoop van een gebouw buiten de B.T.W.-periode;

-          de reclame bij de verkoop van grond zonder gebouwen;

-          de reclame bij de verkoop van een gebouw buiten de B.T.W.-periode.

 

2.3. Aftrekbare B.T.W. via het bijzonder verhoudingsgetal m.b.t. het werkelijk gebruik

 

Voor de volgende kosten moet er een breuk worden berekend om het recht op aftrek van de beroepsoprichter te bepalen.  Het betreft de volgende kosten:

-          de reclamekosten voor de verkoop van een gebouw met de grond;

-          de commissielonen voor de verkoop van een gebouw met de grond.

 

De aftrekbare B.T.W. op deze inkomende facturen wordt berekend door hier de volgende breuk op toe te passen:

                           

Breuk =        waarde gebouw                        

               Totale verkoopwaarde (incl. grond)  

               

2.4. Aftrekbare B.T.W. volgens het algemeen verhoudingsgetal rekening houdend met het geheel van de verrichte handelingen

 

Naast de normale verrichtingen dienen in de noemer van het algemeen verhoudingsgetal ook de ontvangen huurgelden opgenomen te worden.

 

We nemen daarentegen niet op in het algemeen verhoudingsgetal:

 

-          de verkoop van bedrijfsmiddelen;

-          de financiële opbrengsten (zie Aanschrijving . Nr. 103/1970).

 

Dit algemeen verhoudingsgetal dient te worden toegepast op de B.T.W. m.b.t.:

-          de administratiekosten;

-          de bedrijfsmiddelen gebruikt voor de gehele werkzaamheid, zoals kantoormeubilair en kantoormaterieel, personenwagens;

-          de algemene reclame en commissielonen;

-          de algemene onkosten die betrekking hebben op de volledige werkzaamheid.

 

2.5. Speciale regeling i.v.m. infrastructuurwerken

 

Belangrijke opmerking voorafgaandelijk

Wanneer gronden enkel bouwrijp worden gemaakt en nadien verkocht zonder een gebouw, is er geen recht op aftrek (degene die deze handeling verricht is een B.T.W.-belastingplichtige  bedoeld in art. 44 §3 1° W.B.T.W.).

 

De volgende uitgewerkte regeling i.v.m. aftrek is enkel van toepassing indien de regel van het werkelijk gebruik wordt toegepast (art. 46 §2 W.B.T.W.).  In het ander geval volgens we uiteraard de regel van het algemeen verhoudingsgetal.

 

Behoren tot de infrastructuur, de kosten m.b.t.:

-          het nivelleren van de grond;

-          de aanleg van wegen en een parking;

-          de afbraak van oude gebouwen;

-          de aanleg van groene zones en gemeenschappelijke tuinen;

-          de riolering;

-          het net voor gas, water, elektriciteit, teledistributie;

-          de openbare verlichting;

-          de aanleg van speelpleinen;

-          de verkaveling.

 

Principieel is de B.T.W. hierop niet aftrekbaar.

De aftrek is enkel mogelijk indien de infrastructuurwerken opgenomen worden in de maatstaf van heffing bij de verkoop van het gebouw.

De aftrek gebeurt dan volgens:

-          het aandeel in de oppervlakte van de grond;

-          het aandeel in de basisakte, op het ogenblik van:

→ de verkoop van een gebouw met grond;

→ de aanvatting van de bouw van een woning.

 

In afwachting of ter controle wordt best een wachtlijst aangelegd per werf.

 

Zie ook BTW aanschrijving:   24/2002

 

Zie Handleiding BTW 152/2

 

 

4. Rechtstreekse belastingen:

 

- Algemeen: 

 

- Bepaling van de winst:

 

De bepaling van de fiscale winst gebeurt  aan de hand van de verkochte entiteiten en de vorderingsstaten voor elk project.

 

a. Winst op de gronden:

 

- Winst op de gronden wordt aangegeven bij het verlijden van de authentieke akte.

 

b. Winst op constructie:

 

- Winst op de constructie wordt aangegeven naargelang de gefactureerde schijven conform de "wet Breyne".  Bij verkopen "op plan" of van entiteiten die nog in opbouw zijn dient een budget gemaakt te worden van de kostprijs van elk project.

Dit budget bevat niet de intresten, commissielonen aan agentschappen  . . . etc. doch enkel de rechtstreekse kostprijs van het project (aannemingsprijzen).  Afboeking kostprijs gebeurt volgens  1000sten in basisakte en procentuele vordering der werken, dus parallel met de uitgaande facturatie.

 

Zie uitgewerkt voorbeeld.

 

 

5. Personeel:

 

6. Verzekeringen:

 

7. Websites en Literatuur

Federatie van de Algemene Bouwaannemers:  http://www.fegc.be/nl/nl_menu_01.html

Confederatie Bouw: http://www.confederationconstruction.be/

Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars: http://www.biv.be/

 

BTW in de boekhouding - Sector Gebouwen  CED Samsom  ISBN 90-5852-820-9