Kapperszaak (eenmanszaak),
Te voeren boekhouding, wat wordt er gecontroleerd:
Verantwoordingsstukken bij controle:
Ontvangsten worden bijgehouden in een ontvangsten boek. De ingeschreven ontvangsten moeten echter kunnen gestaafd worden aan de hand van verantwoordingsstukken. Daarom raden wij onze cliënten aan een dagboek (sommige cliënten houden ook fiches bij van elke behandelde cliënt per dag) bij te houden.
Dit dagboek, met daarin vermeld de dagelijkse reservaties alsook de verrichte handelingen, moet bijgehouden worden als verantwoordingsstuk. De aangegeven inkomsten in het ontvangstenboek moeten overeenstemmen met het ingevulde dagboek.
Best is een afzonderlijke rubriek te maken in het ontvangstenboek voor wat betreft verkochte producten. Zodoende zullen deze producten niet in rekening gebracht worden bij eventuele forfaitaire naberekeningen.
Boekhouding:
Voor een eenmanszaak moet geen volledige boekhouding bijgehouden worden. Het volstaat dus de facturen te verzamelen in een map (factuurboek moet aangemaakt worden), één map voor de inkomende en één map voor de uitgaande (normalerwijze zullen de uitgaande facturen bij een kapper zeer beperkt, om niet te zeggen nihil zijn). Op het einde van het jaar moet een inventaris opgemaakt worden waarin alle producten in voorraad vermeld worden.
Maw. moeten er geen financiële dagboeken bijgehouden worden.
Een volledige boekhouding mag natuurlijk bijgehouden worden. Dit heeft het grote voordeel dat de volledige geldstroom volledig onder controle is (zie verder AOIF controle). Maw. zal steeds een volledig uitleg kunnen gegeven worden over elke euro die ontvangen of betaald wordt op de rekening, gezien die regelmatig wordt bijgehouden. Het heeft ook een beter financieel overzicht van de belastingplichtige.
Controle AOIF:
Normalerwijze, maar dit kan zowel meer of minder zijn, wordt er om de zes jaar een AOIF controle uitgevoerd en om de drie jaar een beheerscontrole. De fiscus kan daar echter wijziging in aanbrengen.
Een aantal punten zullen nauwgezet nagezien worden:
- Bankrekening. De fiscus heeft inzagerecht op alle bedrijfsrekeningen. Alle rekeningen die dus bedrijfsmatig, regelmatig of sporadisch, gebruikt worden voor de zaak, kunnen volledig door de fiscus worden nagezien. Deze bedrijfsrekeningen moeten bij de controle aan de ambtenaren van de fiscale administratie worden afgegeven. Deze rekeningen zullen bedrag per bedrag worden nagezien. Indien er verwijzingen zouden zijn naar andere rekeningen zullen daar vragen over gesteld worden! De geldstromen zullen nagezien worden. Zo werden bij vorige controles vastgesteld dat sommige cliënten soms meer gestort hadden dan er ontvangsten werden aangegeven maw. dat de inkomende geldstroom groter was dan de aangegeven omzet. Op dat ogenblik zullen deze bedragen bijkomend getaxeerd worden verhoogd met de nodige boetes. Belangrijk is dat bij de inkomende geldstroom steeds moet rekening gehouden worden met een minimum bedrag aan cashgeld die de belastingplichtige inhoudt om van te leven (dit is niet het geval indien er bv. iedere maand een bedrag van de bedrijfsrekening naar de private rekening zou overgeschreven worden). Er wordt ook rekening gehouden met contante betalingen. Wat betreft de private rekeningen zal de toestand op 01.01 en 31.12 nagezien worden (zie fortuintoestand)
- Fortuintoestand. De fiscus zal nazien indien U voldoende hebt verdiend om alle bedrijfs- en private betalingen te kunnen verrichten + nog voldoende hebt overgehouden om een volledig jaar te kunnen in uw levensonderhoud te voorzien. Hierbij wordt zowel rekening gehouden met uw bedrijf als met de evolutie van uw private rekeningen.
- Nacalculatie. De controleur zal de ontvangsten ook toetsten aan het forfait die gangvaar is voor de kappers. Dit forfait kunt U opvragen aan uw BTW verantwoordelijke op onze kantoren. Indien mocht blijken dat er verschillen zijn tussen de aangegeven omzet en de forfaitair berekende ontvangsten dan zal de controleur proberen de boekhouding te verwerpen. Hier komt het belang van het dagboek, alsook de gedetailleerde opmaak van een inventaris!!
Vuistregel omzet (maar vraag de volledige tekst op indien
U interesse)!
Het begrip minimum omzet is gebaseerd op de onmogelijkheid vast te stellen hoeveel uren werkelijk werden gepresteerd.
Vandaar is men uitgegaan van de vaststelling dat voor het leveren van kapseldiensten steeds producten worden verbruikt en dat men bijgevolg een verhouding kan bepalen tussen de aangekochte grondstoffen en de gerealiseerde omzet.
Deze verhouding is sedert 2002 vastgesteld op 11% voor de damessalons en op 4% voor de herensalons, en rekening houdende met het feit dat zij staan voor de waarde van de gebruikte grondstoffen aan eenheidsprijs.
Deze regel geldt enkel voor de omzet uit het salon, niet voor de verkoop. Het is aan de belastingplichtige om in zijn aankoopdagboek de splitsing te maken. Inderdaad want het forfait stelt dat verkoopproducten deze producten zijn die door de aard van hun verpakking kunnen doorverkocht warden aan de klant (zelfs een permanentvloeistof in individuele verpakking beantwoordt aan deze definitie en kan dus door de administratie niet verworpen worden).
Met andere woorden dient men bij het bepalen van de minimum omzet eerst de waarde van de bekomen kortingen, bonificaties en gratis geleverde producten toe te voegen aan de gefactureerde waarde van de aankopen vooraleer men de berekening maakt.
Blijkt de uitkomst van deze forfaitaire berekening hoger te liggen dan de aangegeven ontvangsten dan kunnen we problemen verwachten.
Voorbeeld dameskapper:
Aankopen op factuur + kortingen: 4.000 + 1.000 euro,
5.000/11*100 = 45.454 euro (geen probleem)
Aankopen op factuur + kortingen: 5.000 + 1.250 euro,
6.250/11*100 = 56.818 euro.
De controleur zal pogen uw aangegeven omzet met 6.818
euro te verhogen. Uw verdediging zijn:
-
uw dagboek
-
uw gedetailleerde inventaris
-
nog beter, uw volledige boekhouding samen met
de twee hiervoor vermelde punten.
Deze inlichtingen ter info, het is slechts een
vuistregel, maar voorkomen is altijd beter dan genezen!