BTW Bonnetjes - Kasregisters Horeca
Inhoud:
1.
Volledige aanschrijving BTW
2. Commentaar op de aanschrijving
1. Volledige aanschrijving:
Aanschrijving nr. 6 dd. 27.04.1999
BTW-Revue nr. 141, blz. 234
Deze aanschrijving vervangt de aanschrijving nr. 10 dd. 13.04.1994 die
hetzelfde onderwerp behandelt.
Uitreiking van een rekening of een ontvangstbewijs
Inleiding.
1. In het Belgisch Staatsblad van 24 december 1998,
tweede editie, werd het koninklijk besluit van 16 december 1998 gepubliceerd,
dat onder meer artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de
toegevoegde waarde, wijzigt.
Deze wijzigingen hebben meer bepaald betrekking op
de regeling omtrent de rekeningen en ontvangstbewijzen.
Doel van de aanschrijving.
2. Deze aanschrijving vormt de synthese van de
bepalingen met betrekking tot de verplichting inzake het uitreiken van
rekeningen of ontvangstbewijzen, rekening houdend met bovengenoemde
wijzigingen. Ze vervangt de aanschrijving nr. 10 van 13 april 1994 die
hetzelfde onderwerp behandelt (1).
[(1) Z. BTW-Rev. 111/1131.]
HOOFDSTUK 1. PRINCIPE. VERGELIJKING MET DE FACTUUR.
3. Artikel 22, § 1, van
het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 verplicht bepaalde
belastingplichtigen (hotelhouders, restauranthouders en andere exploitanten van
inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, alsook de bedrijven
die automobielen wassen) aan hun klanten rekeningen of ontvangstbewijzen uit te
reiken op genummerde formulieren die worden vervaardigd door drukkers erkend
door de Administratie.
4. Bedoelde rekening of ontvangstbewijs verschilt
merkelijk van de factuur bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1
van 29 december 1992. Inderdaad :
5. Die
verschillen tonen duidelijk aan dat de rekening of het ontvangstbewijs niet
dezelfde functie heeft als de factuur. De factuur is een boekingsstuk dat in
principe een belastbare handeling vaststelt; de rekening of het ontvangstbewijs
is een controledocument, dat de uitvoering van een dienst vaststelt op het
tijdstip waarop die dienst wordt verricht.
6. De
uitreiking van de rekening of het ontvangstbewijs wijzigt derhalve niets aan de
principes van de opeisbaarheid van de belasting : alzo wordt ten aanzien van de
handelingen verricht met natuurlijke personen zonder uitreiking van facturen,
de belasting opeisbaar naarmate van de incassering van de prijs (z. art. 17 van
het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) - incassering die wordt aangetekend
in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 15, § 4, van het genoemde koninklijk besluit nr. 1 -, en heeft het feit dat bij
de voltooiing van de dienst een rekening wordt uitgereikt in dit verband geen
invloed.
7. De
aandacht wordt eveneens gevestigd op het feit dat de meeste handelingen
waarvoor een rekening of een ontvangstbewijs moet worden uitgereikt, worden
verricht met natuurlijke personen die deze handelingen bestemmen voor hun
privé-gebruik, en waarvoor de uitreiking van een factuur niet verplicht is.
Wanneer een handeling wordt verricht met een andere klant dan een natuurlijk
persoon die de handeling bestemt voor zijn privé-gebruik en aan wie bijgevolg
een factuur moet worden uitgereikt, mogen de beide documenten (de rekening of
het ontvangstbewijs en de factuur) worden gecombineerd, dat wil zeggen dat de
rekening of het ontvangstbewijs mag worden aangevuld met de gegevens die een
factuur moet bevatten (z. nrs. 29 en 30). Voor het tijdstip waarop dit enig
document moet worden uitgereikt, geldt de regel van de rekening of het
ontvangstbewijs, d.w.z. het tijdstip waarop de dienst is voltooid (z. nrs 35 en
36).
HOOFDSTUK II : BELASTINGPLICHTIGEN
GEHOUDEN TOT HET UITREIKEN VAN EEN REKENING OF EEN ONTVANGSTBEWIJS. ALGEMENE
PRINCIPES.
AFDELING 1. VOORAFGAANDE
OPMERKING.
8. De
verplichting tot het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen wordt
slechts opgelegd aan de personen die de hoedanigheid van belastingplichtige
hebben. Deze verplichting geldt echter niet voor de handelingen die krachtens
artikel 44 van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld.
AFDELING 2. EXPLOITANTEN VAN EEN
HOTELINRICHTING.
9. De
verplichting geldt voor de exploitant van een hotelinrichting of, meer
algemeen, voor de exploitant van een inrichting waar aan betalende gasten
onderdak wordt verschaft (z. evenwel nr. 8; z. ook nr. 11, tweede lid).
AFDELING 3. EXPLOITANTEN VAN EEN
INRICHTING WAAR REGELMATIG MAALTIJDEN WORDEN VERBRUIKT.
10. De
exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt
moeten eveneens rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken (z. evenwel nrs. 18
en 19).
11. Voor
de toepassing van nr. 10 hierboven, is bedoeld iedere inrichting, ongeacht haar
benaming (restaurant, taverne, snack, pizzeria, feestzaal, café, cafetaria,
verbruikssalon voor ijs of banketgebak, pannenkoekenrestaurant, frituur en
andere verbruikssalons .... ), waar warme of koude maaltijden worden verbruikt,
ongeacht hun aard (volledige maaltijden, lichte maaltijden, vegetarische
maaltijden, kleine voorgerechten, ...) en ongeacht of die maaltijden bestaan
uit één of meer schotels of gerechten. Er wordt bovendien geen onderscheid
gemaakt of die maaltijden worden verstrekt door opdiening aan tafel of door het
systeem van zelfbediening, of ze worden verbruikt aan een tafel, aan de
toonbank of zelfs eenvoudigweg aan een aan de muur bevestigde plank of op een
voor deze doeleinden door de exploitant ingerichte plaats in open lucht. Iedere
inrichting die slechts maaltijden verstrekt ter gelegenheid van banketten wordt
eveneens bedoeld.
De
exploitant van een hotel-restaurant die eveneens maaltijden verstrekt aan
personen die niet in zijn inrichting logeren, wordt voor deze handelingen
beschouwd als een exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden
worden verbruikt.
12.
Bovengenoemde bepalingen zijn evenwel niet van toepassing op de exploitanten
van foorkramen die worden gebruikt tijdens kermissen (zelfs deze die een zekere
tijd duren), markten, volksfeesten, sportwedstrijden, enz., met uitzondering
van blijvende installaties (b.v. installaties in pretparken of op
parkeerplaatsen langs autowegen).
De
reglementering is evenmin van toepassing op de bedrijfsmesses.
AFDELING 4. WASSEN VAN
AUTOMOBIELEN.
13. In
principe moeten alle belastingplichtigen die automobielen wassen rekeningen of
ontvangstbewijzen uitreiken. Er wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het
gaat om gespecialiseerde bedrijven (car-wash, enz.) of om andere
belastingplichtigen (garagehouders, exploitanten van parkings of van
service-stations, enz.), of naargelang het wassen automatisch of met de hand
gebeurt.
14. Er
wordt evenwel aanvaard dat de garagehouders en de herstellers van voertuigen
die slechts zeer bijkomstig automobielen wassen en daarvoor niet beschikken
over gespecialiseerd materieel, geen genummerde rekeningen of ontvangstbewijzen
die gedrukt zijn door erkende drukkers moeten uitreiken, op voorwaarde dat ze
voor het wassen van die voertuigen, ongeacht de prijs, facturen uitreiken op
het tijdstip waarop de dienst voltooid is. In een dergelijke situatie geldt
voor wat betreft het tijdstip voor het uitreiken van facturen de regel die van
toepassing is op de rekeningen en ontvangstbewijzen (z. nr. 35).
HOOFDSTUK III. HANDELINGEN
WAARVOOR DE REKENING OF HET ONTVANGSTBEWIJS MOET WORDEN UITGEREIKT.
AFDELING 1. TOEPASSINGSGEBIED : DE
DIENSTVERRICHTINGEN.
15. Het
uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen is enkel vereist bij de
dienstverrichtingen zoals bedoeld in artikel 18 van het BTW-Wetboek. Deze
verplichting is dus niet van toepassing op de leveringen van goederen beoogd in
artikel 10 van dit Wetboek. Bijgevolg moet een rekening of een ontvangstbewijs
niet worden uitgereikt wanneer de klant de maaltijd meeneemt voor verbruik
buiten de inrichting van de exploitant.
AFDELING 2. DIENSTEN VAN DE
EXPLOITANTEN VAN EEN HOTELINRICHTING.
16. De
rekening of het ontvangstbewijs moet de diensten omvatten die door een persoon
bedoeld in nr. 9 worden verstrekt : het betreft niet alleen het verschaffen van
gemeubeld logies, maar ook het verstrekken van spijzen en dranken en de
bijkomende diensten (telefoon, telefax, het wassen van linnen,
terbeschikkingstellen van een radio- of televisietoestel en dergelijke,
parking, plaatsbespreking in schouwburgen, inschrijvingen voor uitstappen, ...
) die met het verschaffen van logies gepaard gaan en die gewoonlijk in de
globale afrekening worden begrepen.
AFDELING 3. DIENSTEN VAN DE
EXPLOITANTEN VAN EEN INRICHTING WAAR REGELMATIG MAALTIJDEN WORDEN VERBRUIKT.
Onderafdeling 1. Algemene
Malingen.
17. Iedere
persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11 is gehouden een rekening of een
ontvangstbewijs uit te reiken voor elke handeling die hij verricht in zijn
inrichting (binneninrichting of in open lucht) en die bestaat in het
verschaffen van maaltijden en van daarbijhorende dranken om ter plaatse te
worden verbruikt en die derhalve, voor de toepassing van de BTW-wetgeving,
wordt aangemerkt als een dienstverrichting in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het
BTW-Wetboek. Dit is met name het geval wanneer de spijzen en de daarbijhorende
dranken aan de klant worden geserveerd in een tot dat doel ingericht vertrek of
ruimte of zelfs wanneer de voorwerpen nodig voor het gebruik ter plaatse gewoon
aan de klant worden ter beschikking gesteld (bestekken, borden, glazen, kopjes,
enz.).
Gelet op
wat voorafgaat moet elke persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11, ongeacht of het
gaat om het geheel of een deel van zijn activiteit, een rekening of een
ontvangstbewijs uitreiken voor iedere maaltijd die hij verschaft. Evenzo
bijvoorbeeld moet de caféhouder waar maaltijden worden verschaft, in principe,
rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken voor alle door hem verstrekte
maaltijden (z. evenwel nr. 18). Dit is in principe zelfs zo voor een frituur
gevestigd langs de openbare weg of op een openbare plaats wanneer de klant
effectief ter plaatse verbruikt en de exploitant in de nabijheid, bijvoorbeeld,
tafels of banken heeft geplaatst (z. evenwel nr. 19).
Zijn
evenwel niet bedoeld, de kleine voedingswaren waarvoor de exploitant geen
bereiding of verwerking heeft verricht, en die in de regel als bijzaak worden
verstrekt bij dranken (b.v. : chips, droge worsten, ansjovis, koekjes, wafels,
chocolade, gekookte eieren, enz.).
In de
gevallen waarin een traiteur maaltijden levert ten huize van zijn klant en ze
aldaar aan zijn klant en diens genodigden opdient, moet evenmin een rekening of
een ontvangstbewijs worden uitgereikt.
Onderafdeling 2. Uitzonderingen,
onder voorwaarde.
18. De
verplichting tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs geldt
bovendien niet voor de exploitant van een drankgelegenheid (café, taverne), snack-bar,
tea-room, cafetaria, verbruikssalon voor ijs of banketgebak en andere
verbruikssalons, die zich beperkt tot het verschaffen van "lichte"
maaltijden die uitsluitend worden geserveerd met brood en die in de
hiernavolgende lijst zijn vermeld :
De in
onderhavig nummer bedoelde exploitant die ook andere maaltijden verschaft moet
derhalve een rekening of een ontvangstbewijs uitreiken voor alle door hem
verstrekte maaltijden met inbegrip van deze die voorkomen in de in het
voorgaande lid opgenomen lijst (z. nr. 17, tweede lid, hierboven).
Dit is
eveneens het geval voor de belastingplichtige die in dezelfde inrichting zowel
een in onderhavig nummer bedoelde zaak als een restaurant exploiteert (b.v. een
café en een restaurant).
De
belastingplichtige die in afzonderlijke inrichtingen enerzijds een restaurant
en anderzijds een in dit nummer 18 bedoelde zaak exploiteert en die zich in
laatstbedoelde inrichting beperkt tot het verstrekken van lichte maaltijden
zoals hierboven beschreven, moet daarentegen geen rekening of ontvangstbewijs
uitreiken voor deze laatste handelingen, maar blijft voor het restaurant
uiteraard gehouden tot het uitreiken van deze documenten.
19. De
Administratie staat bovendien toe dat de exploitant van een frituur geen
rekeningen of ontvangstbewijzen dient uit te reiken in de gevallen voorzien in
artikel 22, § 1, 2°, van het
bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1, indien zijn exploitatie tegelijkertijd
aan de volgende drie voorwaarden voldoet :
1° de exploitant beperkt zich tot het verstrekken van gerechten en
voedingswaren per categorie opgenomen in de hierna volgende lijst die
gebruikelijk worden verstrekt of verkocht in de frituursector, al dan niet
geserveerd met brood of drank :
Worden daarentegen
niet beschouwd als voedingsmiddelen eigen aan de frituursector en vallen
bijgevolg buiten het toepassingsgebied van de huidige uitzondering :
2° de hierboven bedoelde voedingswaren worden uitsluitend opgediend in een
voor éénmalig gebruik bestemde houder of verpakking van papier, karton of
kunststof (b.v. puntzakken, schaaltjes, speciaal papier dat in voorkomend geval
wordt gebruikt om de inhoud van de zak of schaal te vergroten), in voorkomend
geval vergezeld van bestek dat eveneens dient voor éénmalig gebruik;
3° de inrichting (zowel binnen als buiten) die de exploitant ter beschikking
van zijn cliënteel stelt is op een zodanige wijze uitgerust of ontworpen dat ze
aan maximum zestien personen de mogelijkheid biedt om tegelijkertijd de onder l°, eerste lid van dit nummer bedoelde spijzen die door de exploitant worden
verstrekt, te verbruiken in de inrichting. De omstandigheid dat deze personen
hun maaltijd verbruiken rechtstaand of zittend, aan een tafel, aan de toonbank
of eenvoudigweg aan een aan de muur bevestigde plank, binnen in de inrichting
of in open lucht, is daarbij van geen belang.
De
belastingplichtige die meerdere inrichtingen zoals bedoeld in het huidige
nummer uitbaat, moet elke inrichting individueel beschouwen om na te gaan of de
eerste twee in het voorgaande lid genoemde voorwaarden beiden vervuld zijn.
Daarentegen slaat de beperking die wordt opgelegd in de derde voorwaarde op het
geheel van de inrichtingen die reeds aan de eerste en de tweede voorwaarde
voldoen (indien bijvoorbeeld de exploitant van twee inrichtingen tegelijkertijd
in de ene inrichting aan tien personen en in de andere inrichting aan twaalf
personen de mogelijkheid kan bieden om hun maaltijd in de inrichting te
verbruiken, zijn beide inrichtingen uitgesloten van het voordeel van de huidige
uitzondering).
De
exploitant van een frituur die aan zijn klanten met het oog op verbruik ter
plaatse voedingswaren verschaft die niet zijn vermeld in de onder l°, eerste lid, van onderhavig nummer beoogde lijst, moet een rekening of een
ontvangstbewijs uitreiken voor alle door hem verstrekte maaltijden met inbegrip
van deze die in hogergenoemde lijst voorkomen. De door de exploitant van een
frituur verrichte leveringen van voedingswaren die niet zijn beoogd in de
betrokken lijst en die uitsluitend zijn bestemd om door de klant te worden
meegenomen buiten de inrichting van die exploitant vormen geen enkel beletsel
voor het vervullen van de eerste voorwaarde gelet op het feit dat ieder verbruik
ter plaatse van deze goederen wordt uitgesloten.
Anderzijds
moet de exploitant van een frituur die aan zijn klanten in dezelfde inrichting
tegelijkertijd spijzen bedoeld onder l°,
eerste lid van dit nummer en zogenaamde "lichte" maaltijden in de zin
van nr. 18 aanbiedt die ter plaatse worden verbruikt (behalve kroketten,
vol-au-vent, satés, hamburgers, hot-dogs, hardgekookte eieren), voor alle
maaltijden de voorgeschreven rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken.
Bovendien dient de exploitant van een frituur die in dezelfde inrichting
tegelijkertijd een frituur die voldoet aan de drie voorwaarden van het eerste
lid van onderhavig nr. 19 en een restaurant uitbaat, een rekening of een
ontvangstbewijs uit te reiken voor alle maaltijden die hij verstrekt (verg. met
nr. 18, derde lid).
20. De
rekening of het ontvangstbewijs moet de totale prijs (dienst en BTW inbegrepen)
vermelden van al de schotels waaruit de maaltijd bestaat (daaronder begrepen in
voorkomend geval de soep en het nagerecht), alsmede van de dranken die worden
verbruikt bij die maaltijd (daaronder eventueel begrepen het aperitief, de
koffie , enz.).
Er bestaan
evenwel inrichtingen waar het de gewoonte is dat bepaalde dranken (aperitief,
koffie, enz.) worden verbruikt op een andere plaats in de inrichting dan deze
waar de maaltijden worden verschaft. Voor zover die plaats eveneens
toegankelijk is voor personen die geen maaltijd nemen en voor zover in een
dergelijk geval die dranken worden verrekend op de plaats waar ze worden verbruikt,
moeten de exploitanten de prijs van die dranken niet vermelden op de rekening
of het ontvangstbewijs dat ze uitreiken voor de maaltijd; ze moeten evenmin
voor die dranken een afzonderlijke rekening of een afzonderlijk ontvangstbewijs
uitreiken.
Tenslotte
is het nuttig aan te stippen dat de omstandigheid dat een belastingplichtige al
dan niet gehouden is rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken geen enkele
invloed heeft op de toepasselijke regels inzake BTW-tarieven.
AFDELING 4. WASSEN VAN PERSONENAUTO'S,
AUTO'S VOOR DUBBEL GEBRUIK, MINIBUSSEN EN KAMPEERAUTO'S.
21. Onder
voorbehoud van de ontheffing bedoeld in nr. 14 moet steeds een rekening of
ontvangstbewijs worden uitgereikt voor het wassen van personenauto's, auto's
voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's dat als een dienstverrichting
bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid,
l°, van het BTW-Wetboek wordt beschouwd. Deze verplichting
geldt derhalve niet voor het wassen van vrachtwagens, bestelwagens,
kampeeraanhangwagens (caravans, camping-car) en motorrijwielen. Genoemde
verplichting geldt evenmin voor het louter terbeschikkingstellen van materiaal
(b.v. hogedrukreiniger, waterpistool, wasborstel) aan de klant om hem toe te
laten zelf een voertuig te wassen.
HOOFDSTUK IV. VERVAARDIGING VAN
REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN DOOR EEN ERKENDE DRUKKER.
22. De
rekeningen of ontvangstbewijzen moeten op kosten van de belastingplichtige die
ze zal gebruiken, worden vervaardigd door een drukker erkend door de
Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en
domeinen (z. hierna nrs. 23 tot 25).
AFDELING 1. ERKENNING VAN DE
DRUKKERS.
23. De
drukkers die wensen te worden erkend voor het drukken van rekeningen of
ontvangstbewijzen, moeten een verzoekschrift indienen bij de Centrale
Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en
domeinen, 8ste dienst, 26ste directie B, R.A.C. Financietoren, Kruidtuinlaan
50, bus 39 te 1010 Brussel.
24. Ze
moeten een borg stellen van 100.000 BEF (2.478,94 EUR) en de verplichting
aangaan iedere levering van documenten ter kennis te brengen van de
eerstaanwezend inspecteur, hoofd van het controlekantoor van de BTW van het
ambtsgebied waaronder de belastingplichtige op wiens naam de documenten werden gedrukt,
ressorteert. Iedere mededeling aan de eerstaanwezend inspecteur van de BTW
vermeldt de naam en het adres van de belastingplichtige die de documenten zal
gebruiken, zijn BTW-identificatienummer, de volgnummers en de druknummers van
de geleverde documenten en de leveringsdatum van de gedrukte documenten. Bij
die mededeling wordt een specimen van het stuk gevoegd.
25. De
aandacht wordt gevestigd op het feit dat de drukker die werkelijk de documenten
drukt moet erkend zijn en dat de naam van die drukker op de documenten moet
voorkomen; de omstandigheid dat de belastingplichtige die de documenten zal
gebruiken zelf niet rechtstreeks met deze drukker een contract zou hebben
gesloten en dat deze laatste bijgevolg zou hebben gefactureerd aan een derde (een
andere drukker, een papierhandelaar of, meer algemeen, elke tussenpersoon),
verandert niets aan die voorschriften.
AFDELING 2. MATERIELE VOORSTELLING
VAN DE DOCUMENTEN EN VERPLICHTE VERMELDINGEN AAN TE BRENGEN DOOR DE ERKENDE
DRUKKER.
A. Vermeldingen die op de
formulieren moeten worden gedrukt.
26. De
rekeningen of ontvangstbewijzen moeten de nagenoemde gegevens bevatten, die er
op voorhand door een erkende drukker moeten worden opgedrukt (z. art. 22, § 2, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) :
a) de naam en de voornaam of, voor
een rechtspersoon, de
maatschappelijke benaming, alsmede het adres van de
belastingplichtige die gehouden is de stukken uit te reiken;
b) het BTW-identificatienummer van
deze belastingplichtige;
c) een kader waarvan de afmetingen
niet kleiner mogen zijn dan 6 cm
bij 3 cm en waarin moeten worden gedrukt :
d) de vermelding "kopie"
op het dubbel van de rekening of het
ontvangstbewijs (z. eveneens nr. 30).
27. De
rekening of het ontvangstbewijs moet altijd de nodige plaatsruimte bevatten
voor het aanbrengen, op het tijdstip waarop het stuk wordt gebruikt, van de
datum van de handeling, van het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag,
BTW inbegrepen, en van het aantal verbruikte maaltijden voor wat betreft het
verschaffen van maaltijden en dranken verbruikt tijdens deze maaltijden,
verricht door belastingplichtigen bedoeld in nr. 10.
De
vermeldingen "datum", "bedrag" (BTW inbegrepen), en
"aantal maaltijden" mogen maar moeten niet worden voorgedrukt door de
erkende drukker; het volstaat dat voldoende ruimte wordt voorzien op de
documenten, opdat de exploitant van de inrichting deze vermeldingen zou kunnen
aanbrengen.
28.
Bovendien, voor wat het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag betreft,
heeft de erkende drukker vanaf 1 januari 1999 tot in principe 31 december 2001
de mogelijkheid om op vraag van de belastingplichtige die de documenten zal
gebruiken, de vermelding (bij voorkeur de isostandaardcode) van hetzij één
munteenheid (ofwel "BEF", ofwel "EUR"), hetzij beide
munteenheden ("BEF", "EUR") voor te drukken (z. bijlagen II
tot V).
B. Materiële voorstelling van de
documenten.
29. Onder
voorbehoud van hetgeen is gezegd in de nrs. 26 tot 28 hierboven, is de opmaak
van die documenten niet gereglementeerd, zodat de exploitanten daar vrij kunnen
over beslissen. Het volstaat bijgevolg dat die documenten enkel de hierboven
bedoelde gegevens bevatten, maar ze mogen ook worden gecombineerd, bijvoorbeeld
met de traditionele hotel- of restaurantrekening, zodat ze het detail van de
verstrekte diensten en bepaalde teksten of tekeningen met publicitaire
doeleinden bevatten. Ze mogen eveneens worden opgemaakt in de vorm van een
werkelijke factuur (met vermelding van de klant). Aan deze aanschrijving zijn
modellen als voorbeeld gehecht (z. bijlagen II, III, IV en V).
30.
Anderzijds moeten deze documenten worden opgemaakt in twee exemplaren derwijze
dat de inschrijvingen op het origineel rechtstreeks worden overgebracht op het
dubbel door middel van een carbonpapier, van een product op de keerzijde van het
origineel of door een ander procédé. Het dubbel moet de vermelding
"kopie" dragen. De documenten mogen worden samengevoegd in boekjes;
ze mogen ook op losse bladen worden opgemaakt.
HOOFDSTUK V. OPMAAK EN UITREIKING
VAN DE REKENING OF HET ONTVANGSTBEWIJS DOOR DE BELASTNGPLICHTIGE.
AFDELING 1. VERPLICHTE
VERMELDINGEN OP HET MOMENT VAN HET GEBRUIK VAN HET DOCUMENT DOOR DE
BELASTINGPLICHTIGE.
31. De
belastingplichtige beoogd in de nrs. 8 tot 15 dient bij de opmaak van de
rekening of het ontvangstbewijs dat van te voren door een erkend drukker (z.
nrs. 22 tot 30) werd aangemaakt, op het betreffende document de volgende
vermeldingen aan te brengen (z. art. 22, § 2,
eerste lid, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) :
De in het
nr. 10 beoogde belastingplichtige brengt de vermelding "aantal maaltijden"
aan vóór het aantal verbruikte maaltijden, in de gevallen waarin de erkende
drukker deze vermelding niet van te voren zou hebben gedrukt (z. nr. 27).
32. De
belastingplichtige beoogd door de verplichting tot het uitreiken van een
rekening of ontvangstbewijs moet daarenboven bij het uitdrukken van het
betreffende bedrag, op het document dat hij aan zijn klant uitreikt, duidelijk
de gebruikte munteenheid of munteenheden aanduiden, behalve wanneer de erkende
drukker deze vermelding(en) reeds van te voren heeft gedrukt (z. nr. 28). Het
is in dit opzicht aangewezen de met de gebruikte munteenheid overeenstemmende
isostandaardcode "BEF" of "EUR" te vermelden.
De
bepalingen met betrekking tot de gebruikte munteenheid voor het uitdrukken van
het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag en de toepasselijke
omrekeningsregels naar aanleiding van de invoering van de euro worden
uiteengezet in nr. 33 hierna.
AFDELING 2. KEUZEMOGELIJKHEID OM
HET DOOR DE KLANT VERSCHULDIGDE OF BETAALDE BEDRAG UIT TE DRUKKEN IN BELGISCHE
FRANK EN/OF IN EURO.
33. Wegens
de overgang naar de euro vanaf 1 januari 1999, dat tevens de aanvangsdatum is
van de derde fase van de Economische en Monetaire Unie, en gedurende deze hele
overgangsperiode die in principe eindigt op 31 december 2001, hebben de in de
huidige aanschrijving beoogde exploitanten de mogelijkheid om op de rekeningen
of ontvangstbewijzen die ze aan hun klanten uitreiken het door de klant
verschuldigde of betaalde bedrag, inclusief de belasting over de toegevoegde
waarde, hetzij in één munteenheid (ofwel Belgische frank, ofwel euro), hetzij
in de beide munteenheden (Belgische frank en euro) uit te drukken. In dit
laatste geval is het voldoende dat het bovengenoemde bedrag wordt omgerekend in
de andere munteenheid volgens de regels die zijn vastgelegd in de verordening
(EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997, op basis van de op 31 december
1998 onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de Euro en de
Belgische frank.
In de
gevallen waarin de belastingplichtige een factuur uitreikt en hij de rekening
of het ontvangstbewijs daartoe aanvult met de gegevens die een factuur moet
bevatten (z. nr. 7), heeft de belastingplichtige eveneens de mogelijkheid de
bedragen hetzij in één munteenheid, hetzij in de beide munteenheden te
vermelden. Terzake dienen de in de aanschrijving nr. 4 van 12 maart 1999
uiteengezette regels strikt te worden nageleefd. Een voorbeeld van een in beide
munteenheden opgemaakte factuur is opgenomen in bijlage V.
De
omrekening van een bedrag in Belgische frank in een bedrag in euro gebeurt door
het bedrag in Belgische frank te delen door de door de Europese Raad
onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers, namelijk 40,3399. Het resultaat
moet worden afgerond op de dichtstbijzijnde hogere of lagere cent (2de
decimaal), naargelang het derde cijfer na de komma groter of gelijk is aan 5
enerzijds of kleiner is dan 5 anderzijds.
Voorbeelden
1.000 BEF/40,3399 = 24,789 EUR
afgerond op 24,79 EUR. 1.500 BEF/40,3399 = 37,184 EUR afgerond op 37,18 EUR.
De
omrekening van een bedrag in euro in een bedrag in Belgische frank gebeurt door
het bedrag in euro te vermenigvuldigen met de door de Europese Raad
onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers, namelijk 40,3399. Het resultaat
moet worden afgerond op de hogere of lagere frank naargelang het getal na de
komma groter of gelijk is aan 50 centiemen enerzijds, of kleiner is dan 50 centiemen
anderzijds.
Voorbeelden :
24,79 EUR x 40,3399 = 1.000,02 BEF
afgerond op 1.000 BEF. 37,18 EUR x 40,3399 = 1.499,83 BEF afgerond op 1.500
BEF.
AFDELING 3. WIJZE WAAROP HET
DOCUMENT DIENT TE WORDEN OPGEMAAKT.
34. De
belastingplichtige moet de rekeningen of ontvangstbewijzen in tweevoud op een
zodanige wijze opmaken dat de inschrijvingen op het origineel tegelijkertijd
door middel van carbonpapier of van een laag carbon op de keerzijde van het
origineel of door enig ander procédé worden overgebracht op het exemplaar dat
het dubbel uitmaakt (z. art. 22, § 3, van
het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Het dubbel moet de vermelding
"kopie" dragen (z. ook nr. 30).
AFDELING 4. TIJDSTIP WAAROP DE
DOCUMENTEN MOETEN WORDEN UITGEREIKT.
A. Principe.
35. De
rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt aan de klant op het
tijdstip waarop de dienst voltooid is (z. art. 22, § 4, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992), dat wil zeggen :
36. De
rekening moet onmiddellijk aan de klant worden overhandigd, zelfs wanneer die
klant op dat moment niet betaalt bijvoorbeeld omdat de dienstverrichter de
gewoonte heeft op bepaalde tijdstippen een globale factuur uit te reiken (in
dat geval wordt aangeraden dat op de factuur een verwijzing wordt aangebracht
naar de overeenstemmende rekeningen).
De
rekening moet eveneens onmiddellijk aan de klant worden overhandigd indien de
prijs van de handeling reeds op voorhand is betaald bij de onderschrijving van
een abonnement. In dit laatste geval wordt als prijs van de handeling vermeld
het gedeelte van het abonnementsgeld dat betrekking heeft op de verstrekte
prestatie.
37. Zoals
reeds werd gezegd in nr. 6, heeft de verplichting om de rekening of het
ontvangstbewijs uit te reiken bij de voltooiing van de dienst geen enkele
invloed op het tijdstip van de opeisbaarheid van de belasting.
38.
Ingeval bijvoorbeeld een hotel- of restauranthouder verschillende klanten
bedient en één van hen de volledige uitgave bekostigt, moet slechts één document
worden gebruikt. Dit document moet het aantal verbruikte maaltijden vermelden
(z. nrs. 27 en 31).
B. Bijzonder geval.
Klanten die niet betrokken zijn
bij de afrekening van de kosten van hun verblijf of van de maaltijden die ze
hebben verbruikt.
39. In
bepaalde gevallen moet de exploitant van een hotelinrichting of van een
inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt op verzoek van een
persoon, zijn diensten verstrekken aan klanten die niet betrokken zijn bij de
afrekening van de kosten van hun verblijf en/of van de maaltijden; dat komt
voor wanneer reizigers door bemiddeling van een reisbureau maaltijden nemen in
een restaurant of wanneer een onderneming aan haar bezoekers logies aanbiedt in
een hotel. In die gevallen wordt het origineel van de rekening, die
onmiddellijk moet worden opgemaakt, niet overhandigd aan de genoemde klant,
doch het wordt gericht aan degene die de gemaakte kosten draagt; op het dubbel
van de rekening wordt onmiddellijk een verklarende nota aangebracht.
HOOFDSTUK VI. ANDERE
VERPLICHTINGEN VAN DE ONDERNEMINGEN.
AFDELING 1. RANGSCHIKKEN VAN DE
DUBBELS.
40. De
belastingplichtige moet de dubbels van de rekeningen en ontvangstbewijzen die
hij aan zijn klanten uitreikt, rangschikken volgens de datum ervan (z. art. 22,
§ 6, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992).
Indien nochtans de documenten samengevoegd zijn in boekjes waarin de dubbels
vastgehecht blijven en verschillende boekjes gelijktijdig worden gebruikt (b.v.
boekjes gebruikt door verscheidene personeelsleden of bestemd voor diverse
gebruiksplaatsen) worden de boekjes met de dubbels gerangschikt volgens de
datum van de laatste inschrijvingen.
AFDELING 2. DAGELIJKSE
AANTEKENING.
41. De
nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die werden gebruikt in de
loop van de dag moeten dagelijks worden aangetekend in het dagboek van
ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, na de inschrijving
van de ontvangsten waarvoor de belastingplichtige gebruik heeft gemaakt van de
ontheffing van de factureringsplicht (art. 22, § 5, van
het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien verschillende reeksen
rekeningen of ontvangstbewijzen gelijktijdig worden gebruikt (z. voorbeeld
vermeld in nr. 40), moeten de nummers van iedere reeks worden aangetekend.
42. Er
bestaat geen bezwaar tegen dat een bijzonder register onderscheiden van het
dagboek van ontvangsten maar dat evenwel aan dezelfde vereisten als dit boek
voldoet wordt gebruikt voor de dagelijkse inschrijving van de nummers van de
gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen.
43. Er
wordt opgemerkt dat de globale ontvangsten die worden ingeschreven in het
dagboek van ontvangsten niet noodzakelijk dag na dag moeten overeenstemmen met
het totale bedrag van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen; inderdaad
het kan voorkomen dat voor bepaalde handelingen geen rekening of
ontvangstbewijs moest worden uitgereikt (z. nr. 20), of dat bepaalde
handelingen waarvoor een rekening werd uitgereikt, nog niet betaald werden of
zullen worden opgenomen in een werkelijke factuur. De belastingplichtige moet
uiteraard deze verschillen kunnen verantwoorden.
AFDELING 3. BEWARING EN
VOORLEGGING.
44.
Krachtens artikel 61, § 1, van het
BTW-Wetboek, moet de belastingplichtige, op ieder verzoek van de ambtenaren van
de Administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar
bevoegdheid heeft, alsook bij toepassing van artikel 63bis van hetzelfde
Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 11 van 29 december 1992, op
ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen,
de dubbels van de stukken die hij aan de klanten heeft uitgereikt, alsmede de
stukken die hij heeft laten drukken en die hij nog niet heeft gebruikt, zonder
verplaatsing ter inzage voorleggen. Hij moet eveneens kunnen aantonen welke
bestemming hij heeft gegeven aan de stukken die hij van de drukker heeft
ontvangen (z. art. 22, § 7, van het
kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992).
45.
Bovendien moeten de dubbels van de aan de klanten overhandigde rekeningen of
ontvangstbewijzen worden bewaard gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste
januari van het jaar dat volgt op hun datum (Wetboek, art. 60). Wanneer deze
dubbels vastgehecht blijven in een boekje, dient dit laatste te worden bewaard
gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op de
datum van het laatste document in het boekje.
AFDELING 4. VERNIETIGING VAN DE
STUKKEN.
46. Niet
gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen mogen enkel worden vernietigd in
aanwezigheid van een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder de
onderneming ressorteert die de stukken vernietigt.
47. Indien
de stukken worden vernietigd door een erkende drukker die aan het BTW-controlekantoor
waaronder zijn klant ressorteert reeds heeft laten weten dat stukken werden
gedrukt op naam van die klant, moet de vernietiging van de stukken geschieden
in aanwezigheid van een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder de
drukker ressorteert (b.v. ingeval de klant de documenten terugstuurt naar zijn
drukker).
48. Elke
vernietiging wordt vastgesteld in een proces-verbaal opgesteld door een
ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder, naargelang van het geval, de
onderneming of de drukker ressorteert. De ambtenaar overhandigt een kopie van
het proces-verbaal aan de betreffende exploitant die gehouden is het document
te bewaren gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar
volgend op de datum van het document.
AFDELING 1. PRINCIPE.
49. Op
grond van artikel 22, § 9, van het
koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, kan door of vanwege de Minister
van Financiën onder de door of namens hem te stellen voorwaarden, vergunning
worden verleend om de rekeningen of ontvangstbewijzen te vervangen hetzij door
bons van kasregisters, hetzij door een procédé dat gebruik maakt van
informaticatechnieken.
AFDELING 2. BEGRIP
"KASREGISTER".
50. Het kasregister wordt
gekenmerkt door :
a) het
registreren van iedere handeling, volgens een ononderbroken reeks nummers, op
een papieren controleband, met aanduiding van het door de klant verschuldigde
bedrag;
b) het
gelijktijdig drukken van een kassabon voor de klant en de papieren
controleband, waarbij de bedoelde kassabon de vermelding van de datum, het
volgnummer toegekend aan de handeling en alle andere gegevens die op de
controleband voorkomen bevat.
Met
betrekking tot het registreren van de gegevens van de handelingen dient te
worden opgemerkt dat het gelijktijdig op papier drukken van de controleband van
het kasregister en van de voor de klant bestemde kassabon momenteel de enige
toegelaten methode is; bijgevolg mag deze methode niet worden vervangen door
een andere methode die toelaat de gegevens uitsluitend te bewaren op
informaticadragers zoals de harde schijf, diskette of CD WORM.
51.
Dankzij het telwerk van het kasregister kan op het einde van bepaalde periodes
(in principe dagelijks) het totale bedrag van de handelingen worden verkregen;
bepaalde types machines die uitgerust zijn met een of meer hulptoestellen
kunnen bovendien andere gegevens van statistische aard (uitsplitsing per
afdeling, per verkoper, per BTW-tarief, enz.) verstrekken.
AFDELING 3. VOORWAARDEN WAARAAN
MOET VOLDAAN ZIJN OM DE REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN TE MOGEN VERVANGEN DOOR
BONS VAN KASREGISTERS.
52. Om de
rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters,
moet de in de nrs. 8 tot 15 beoogde belastingplichtige aan de volgende
voorwaarden voldoen :
a) hij
moet schriftelijk een aanvraag om vergunning indienen bij het hoofd van het
BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Deze aanvraag moet op een
nauwkeurige wijze de volgende elementen vermelden : het merk, het model, het
fabricagenummer en de letter of het identificatienummer dat hij toekent aan het
of de kasregister(s) dat (die) hij gebruikt, alsmede het lokaal waar het (ze)
staat (staan); de aanvrager preciseert bovendien dat het kasregister dat het
voorwerp uitmaakt van zijn vraag beantwoordt aan het kenmerk van het
"gelijktijdig afdrukken" zoals omschreven in nr. 50 hierboven. Het
hoofd van het BTW-controlekantoor reikt de vergunning uit binnen de termijn van
één maand te rekenen van de datum van ontvangst van de aanvraag indien deze
aanvraag volledig is en alle voorwaarden zijn vervuld. Indien de vergunning
wordt geweigerd, verstuurt hij binnen dezelfde termijn een met redenen omklede
beslissing naar de aanvrager;
b) de
kassabons moeten aan de klanten worden uitgereikt en ter hunner beschikking
worden gelaten wanneer ze de inrichting verlaten. Zij moeten de volgende
gegevens vermelden :
c) de
controleband van het kasregister moet voor elke handeling aanduiden : de datum,
het volgnummer en het door de klant verschuldigd bedrag, alsmede voor het
verschaffen van maaltijden en van de daarbijhorende dranken om ter plaatse te
worden verbruikt, het aantal verbruikte maaltijden; indien de datum niet op de
controleband is gedrukt door de machine zelf, moet hij er worden op aangebracht
met de hand op de dag zelf van de handelingen;
d) de
belastingplichtige moet in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992,
of in een bijzonder register (zie nr. 42), dag na dag de nummers aantekenen die
werden toegekend aan de handelingen van die dag, eventueel voor elk kasregister
afzonderlijk;
e) hij
moet de controlebanden van de kasregisters bewaren na op de buitenzijde de
datum van de handelingen en eventueel het nummer van het kasregister te hebben
aangetekend; hij moet ze rangschikken per datum en per kasregister indien hij
meerdere kasregisters gebruikt.
53. Het
spreekt voor zich dat hier noch het uitsluitend "numeriek"
kasregister, noch de eenvoudige rekenmachine waarbij een deel van de
controleband wordt afgescheurd om aan de klant te worden overhandigd, wordt
bedoeld.
AFDELING 4. SANCTIES BIJ HET NIET
NALEVEN VAN DE VOORWAARDEN.
54. Een
administratieve geldboete is verschuldigd wanneer de exploitant ter vervanging
van rekeningen of ontvangstbewijzen gebruik maakt van een niet toegelaten
procedure of van een kasregister dat niet voldoet aan de voorwaarden als
bedoeld in de nrs. 50 tot 52 hierboven, of ingeval van misbruik van de aan hem
verleende vergunning. Het bedrag van deze boete is vastgesteld op 50.000 BEF
(1.239,47 EUR) en is opgenomen in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 44
van 21 oktober 1993, onder de rubriek XI, nr. 6, letter G, van de eerste
afdeling - Algemene verplichtingen (z. nr. 58 hierna).
AFDELING 5. INTREKKING VAN DE
VERGUNNING.
55. De
vergunning om rekeningen of ontvangstbewijzen te vervangen door bons van
kasregisters is steeds herroepbaar; ze zal onmiddellijk worden ingetrokken
wanneer misbruik of poging tot misbruik wordt vastgesteld.
AFDELING 6. OVEREENSTEMMING MET
HET DAGBOEK VAN ONTVANGSTEN.
56. Er
dient te worden opgemerkt dat het dagelijks totaalbedrag van de controleband
van het kasregister kan verschillen van het dagelijks totaalbedrag van de in
het dagboek van ontvangsten op te nemen handelingen. Dit is het geval wanneer
voor bepaalde handelingen de prijs niet onmiddellijk wordt ontvangen of wanneer
een factuur zal worden uitgereikt. Deze verschillen moeten in ieder geval door
de belastingplichtige kunnen worden verantwoord.
AFDELING 7. OPMERKING.
57. De
Administratie behoudt zich het recht om op elk moment de voorwaarden voor het
toekennen van de vergunning geheel of gedeeltelijk te wijzigen en of bijkomende
voorwaarden te eisen.
HOOFDSTUK VIII. SANCTIES.
58. Iedere
overtreding van de bepalingen van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1
van 29 december 1992 begaan door de belastingplichtige bedoeld in de nrs. 8 tot
15, wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 BEF (24,79 EUR) tot
100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4). Het bedrag van deze boete is vastgesteld door het koninklijk besluit
nr. 44 van 21 oktober 1993 (z. eerste afdeling - Algemene verplichtingen - XI,
nr. 6, letters A tot G). Bovendien wordt iedere overtreding van de
voorleggingsplicht bedoeld in artikel 61, § 1, van
het Wetboek (z. nr. 44), eveneens gesanctioneerd met een geldboete van 1.000
BEF (24,79 EUR) tot 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding (Wetboek, art.
70, § 4 en kon. besl. nr. 44 van 21 oktober 1993, eerste
afdeling - Algemene verplichtingen XVI).
59.
Bovendien kunnen strafrechtelijke sancties worden opgelegd door de rechtbank
wanneer de overtreding met bedrieglijk opzet werd begaan (Wetboek, art. 73).
Opheffingsbepaling en
inwerkingtreding
60. Deze
aanschrijving treedt in werking op 1 april 1999. De aanschrijving nr. 10/1994
wordt met ingang van dezelfde datum opgeheven.
De
voorheen genomen administratieve beslissingen met betrekking tot het uitreiken
van een rekening of een ontvangstbewijs hetzij door een hotelhouder, hetzij
door de exploitant van een restaurant, hetzij voor het wassen van auto's,
auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's, worden van rechtswege
met ingang van 1 april 1999 herroepen, in de mate dat zij niet in
overeenstemming zijn met de huidige aanschrijving.
Namens de Minister
De Directeur-generaal,
R.SUCAET
BIJLAGE I
Artikel 22
van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de
regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 1. De belastingplichtige is gehouden aan zijn klant een rekening of een
ontvangstbewijs uit te reiken voor de volgende handelingen :
l° het verschaffen van gemeubeld logies dat al dan niet gepaard gaat met het
verschaffen van spijzen en dranken met bijkomstige diensten, door de exploitant
van een hotelinrichting of, meer algemeen, door al wie een inrichting drijft
waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft;
2° het verschaffen van maaltijden en van dranken die bij die maaltijden
worden verbruikt, door de exploitant van een inrichting waar regelmatig
maaltijden worden verbruikt;
3° het wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en
kampeerauto's.
§ 2. De rekening of het ontvangstbewijs moet onder meer de volgende
vermeldingen bevatten : de datum en het bedrag, belasting over de toegevoegde
waarde inbegrepen, verschuldigd of betaald door de klant. Voor de handelingen
bedoeld in § 1, 2°, moet de
rekening of het ontvangstbewijs eveneens het aantal verbruikte maaltijden
vermelden.
Dit stuk
wordt in tweevoud opgemaakt op formulieren die de belastingplichtige op zijn
kosten moet laten drukken door een door of vanwege de Minister van Financiën
erkende drukker en waarop de naam of de maatschappelijke benaming en het adres
van de belastingplichtige moeten voorkomen, alsook zijn BTW-identificatienummer
bedoeld in artikel 50 van het Wetboek.
De
formulieren worden genummerd per reeksen van 00.001 tot 99.999. Iedere reeks
wordt aangeduid door één of meer letters van het alfabet.
Op ieder
exemplaar van de rekening of het ontvangstbewijs moeten, in een kader, de
volgende gedrukte vermeldingen voorkomen "Belasting over de toegevoegde
waarde" en, naargelang het geval, "Rekening" of
"Ontvangstbewijs", alsook een waarmerk, het volgnummer van het stuk,
de naam of de maatschappelijke benaming van de drukker en ieder ander gegeven
door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen.
§ 3. De inschrijvingen op het origineel van de rekening of van het
ontvangstbewijs dat aan de klant wordt overhandigd, moeten tegelijkertijd door
middel van carbonpapier of van een laag carbon op de keerzijde van het
origineel of door enig ander procédé worden overgebracht op het exemplaar dat
als dubbel moet dienen.
§ 4. De rekening of het ontvangstbewijs wordt uitgereikt op het tijdstip
waarop de dienst voltooid is.
§ 5. De nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die in de loop
van de dag werden gebruikt, worden dagelijks aangetekend in het dagboek van
ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°.
§ 6. De dubbels van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die aan de
klanten werden uitgereikt, moeten worden gerangschikt volgens de datum ervan.
§ 7. De belastingplichtige moet, op ieder verzoek van de ambtenaren van de
Administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar hoede
heeft, de dubbels van de stukken die hij aan de klanten heeft uitgereikt,
alsook de stukken die hij heeft laten drukken maar nog niet heeft gebruikt, ter
inzage voorleggen. Hij moet eveneens kunnen aantonen welke bestemming hij heeft
gegeven aan de stukken die hij van de drukker heeft ontvangen.
§ 8. De vorm en de kleur van het waarmerk dat moet worden gedrukt op de in § 1 bedoelde rekeningen of ontvangstbewijzen worden bepaald door of vanwege
de Minister van Financiën. Door of namens hem worden ook de verplichtingen van
de erkende drukkers bepaald om die formulieren te drukken.
§ 9. Door of vanwege de Minister van Financiën kan, onder de door of namens
hem te stellen voorwaarden, vergunning worden verleend om de rekeningen of de
ontvangstbewijzen te vervangen door bons van kasregisters of door een procédé
dat gebruik maakt van informaticatechnieken.
2. Commentaar op de
aanschrijving:
BRON: Fiscale Actualiteit, nr. 24, 22.06.1999, door Tom
Vanhalle, KPMG
Belastingadviseurs
BTW-BONNETJES: DE AANSCHRIJVING
Artikel 22 van het KB nr. 1 met betrekking tot de
regeling van de voldoening van de BTW werd onlangs (opnieuw) gewijzigd door het
KB van 16 december 1998 (BS, 24 december 1998,2e ed.). Bepaalde BTW-plichtigen
zijn verplicht aan hun klanten rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken op
genummerde formulieren die worden vervaardigd door drukkers die door de
Administratie zijn erkend. Maar na de wijziging van artikel 22 van KB nr. 1
ontstond er verwarring in de betrokken sectoren (horeca en
carwash). Niemand wist juist door wie en waar en wanneer een rekening of
ontvangstbewijs moest worden uitgereikt. De noodzakelijke verduidelijking is er
nu eindelijk gekomen: Aanschrijving nr. 6 van 27 april 1999 vult een en ander
concreet in.
1. Een werkelijk onderscheid met de factuur
De in artikel 22 van het KB nr. 1 genoemde
ontvangstbewijzen verschillen merkelijk van de in artikel 1 van hetzelfde KB
genoemde factuur. Zo moet de factuur méér verplichte gegevens bevatten en wordt
de uitreiking ervan verbonden aan een termijn, terwijl het ontvangstbewijs
onmiddellijk moet worden uitgereikt. Daarenboven mogen facturen vrij worden
gedrukt en moeten ze worden ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen.
De verschillen tussen factuur en ontvangstbewijs
zijn logisch. Beide hebben immers een verschillende functie. De factuur dient
als een boekingsstuk, terwijl het ontvangstbewijs eerder een controlestuk is.
Tenslotte wordt het ontvangstbewijs eerder gebruikt voor handelingen gesteld
door BTW-plichtigen aan natuurlijke personen die de handelingen bestemmen voor
hun privé-gebruik. Als bijgevolg een handeling wordt gesteld waarvoor een
factuur kan worden uitgereikt, kan men beide documenten combineren, waarbij het
ontvangstbewijs wordt aangevuld met de gegevens die een factuur moet bevatten.
De verplichting om ontvangstbewijzen uit te reiken,
wordt alleen opgelegd aan sommige BTW-plichtigen en geldt niet voor handelingen
die vrijgesteld zijn krachtens artikel 44 van het WBTW.
De verplichting voor de klant om het BTW-bonnetje
bij te houden, bestaat overigens al een tijdje niet meer (zie Fisc. Act., 1996,
5/2).
2. En de gelukkige winnaars zijn ...
De BTW-plichtigen die gehouden zijn tot het
uitreiken van een rekening of ontvangstbewijs, kunnen worden ingedeeld in drie
grote groepen:
Die drie
categorieën van BTW-plichtigen moeten de rekeningen of ontvangstbewijzen alleen
uitreiken als het diensten betreft. Betreft het bijgevolg louter leveringen van
goederen, dan zijn ze daartoe niet verplicht.
Zo zullen
bijvoorbeeld "hotelinrichtingen" een rekening of ontvangstbewijs
moeten uitreiken voor het verschaffen van gemeubeld logies, het verstrekken van
spijzen en dranken en voor alle bijkomende diensten die met het verschaffen van
logies gepaard gaan en die gewoonlijk in de eindafrekening worden vermeld (b.v.
telefoon, wassen van linnen, parking enz.).
3. De schemerzone toegelicht
Een
dergelijke regeling zou niet Belgisch zijn, indien ze geen onduidelijkheden zou
bevatten. Wie nu juist verplicht is een rekening of ontvangstbewijs uit te
reiken, wordt uitgewerkt in Aanschrijving nr. 6 van 27 april 1999.
Zo vinden
we een toelichting betreffende de personen die auto's wassen. In principe
moeten alle BTW-plichtigen die auto's wassen, daarvoor een rekening uitreiken.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gespecialiseerde en
niet-gespecialiseerde bedrijven of naargelang het wassen automatisch of met de
hand gebeurt. Er wordt evenwel aanvaard dat garagehouders of herstellers van
voertuigen die zeer bijkomstig auto's wassen en daarvoor niet beschikken over
gespecialiseerd materieel, geen genummerde rekeningen of ontvangstbewijzen
hoeven uit te reiken als ze voor het wassen van de auto's een factuur uitreiken
op het tijdstip dat de dienst voltooid is.
4. Uitzondering voor frituren en
snack-bars
Een
exploitant van een inrichting (i.e. binneninrichting of in open lucht) waar
regelmatig maaltijden worden verbruikt, moet ontvangstbewijzen uitreiken als de
spijzen en bijhorende dranken worden geserveerd in een tot dat doel ingerichte
ruimte. Elke persoon die voldoet aan die criteria, moet bijgevolg in principe
een ontvangstbewijs uitreiken. Zo zal een caféhouder waar maaltijden worden
geserveerd, in principe een ontvangstbewijs voor de door hem verstrekte
maaltijden moeten uitreiken.
Zijn
echter niet bedoeld: traiteurs die de voedingswaren afleveren ten huize van de
klant (en ze eventueel daar opdienen) en kleine voedingswaren waarvoor de
exploitanten geen bereiding of verwerking heeft verricht en die als bijzaak bij
dranken worden verstrekt (b.v. nootjes, chips, ansjovis, wafels, gekookte
eieren enz.). Daarenboven voorziet de aanschrijving in een uitzondering voor
exploitanten van een snack-bar, tea-room, cafetaria enz. voor lichte maaltijden
die uitsluitend worden geserveerd met brood en die opgenomen zijn in de
administratieve lijst. Zo worden in de aanschrijving opgesomd: soepen, croques
(inclusief andere toasts), kroketten (uitgezonderd aardappelkroketten), saté,
pensen, vol-au-vent, belegde broodjes (inclusief pita, hamburger en hotdog),
deegwaren, quiche, hartige taarten, koude salades, pizza's, omeletten (en
andere bereide eieren), pannenkoeken, ijs, wafels, gebak, milkshake, yoghurt,
croissants, nagerechten en Engelse schotels. Maar als de exploitant in
eenzelfde inrichting ook andere gerechten buiten voormelde gerechten verschaft,
moet een rekening of ontvangstbewijs voor alle door hem verstrekte maaltijden
worden uitgereikt, dus met inbegrip van de in de lijst opgenomen gerechten.
Tenslotte
voorziet de aanschrijving in een uitzondering voor frituuruitbaters als ze
gelijktijdig voldoen aan de volgende voorwaarden: de exploitant moet zich
beperken tot producten die in de aanschrijving opgesomd staan en die
gebruikelijk in de sector worden geserveerd; de producten moeten worden
opgediend in een voor eenmalig gebruik bestemde houder of verpakking; de inrichting
moet zo uitgerust zijn dat maximaal 16 personen er tegelijkertijd kunnen eten.
Ook hier moet een rekening of ontvangstbewijs voor de gehele maaltijd worden
uitgereikt als de uitbater producten verschaft die niet opgenomen zijn in de
lijst.
5. Uitreiken van rekening of
ontvangstbewijs bij einde van dienst
De
rekening of ontvangstbewijs wordt uitgereikt op het tijdstip waarop de dienst
voltooid is, zelfs als de klant niet onmiddellijk betaalt.
In de praktijk wil dat zeggen dat
één van beide wordt uitgereikt:
De
BTW-plichtige moet de rekening of ontvangstbewijs in tweevoud uitreiken op een
zodanige wijze dat de inschrijvingen op het origineel tegelijkertijd door
middel van carbonpapier of een laag carbon of door enig ander procédé op het
dubbel worden overgemaakt. Het dubbel moet de vermelding "Kopie"
bevatten. Het dubbel wordt bewaard door de BTW-plichtige.
De
BTW-plichtige moet de dubbels rangschikken volgens datum en dagelijks
aantekenen in het dagboek van ontvangsten. Daarenboven is hij verplicht, op
ieder verzoek van de Administratie, de dubbels en de stukken die zijn gedrukt
maar nog niet gebruikt zijn, zonder verplaatsing ter inzage voor te leggen. Hij
moet de dubbels bewaren gedurende 10 jaar vanaf de eerste januari van het jaar
dat volgt op hun datum.
Als de
klant niet zelf betaalt, moet het origineel niet dadelijk worden uitgereikt aan
die klant maar zal het worden gericht aan de uiteindelijke drager van de kosten
(b.v. reisbureau, werkgever ... ). Op het dubbel moet dan onmiddellijk een
verklarende nota worden aangebracht.
Het is
overigens mogelijk om onder bepaalde voorwaarden (zie hoofdstuk 7 van de
aanschrijving) heel de regeling van rekeningen en ontvangstbewijzen te
vervangen door een kasregister, na schriftelijke
aanvraag om vergunning bij de Administratie.
6. Erkende drukkers
De
rekeningen of ontvangstbewijzen moeten worden vervaardigd door een door de
Administratie erkend drukker en op kosten van de BTW-plichtigen. De drukkerijen
die erkend willen worden, moeten een verzoekschrift indienen bij de Centrale
Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, 8e Dienst, 26e Directie B,
RAC Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 39 te 1010 Brussel en een borg stellen
voor 100.000 BEF.
Artikel
22, § 2 van het KB nr. 1 bevat de gegevens die verplicht en op voorhand door de
drukker moeten worden vermeld op de rekening of het ontvangstbewijs:
Het bedrag
dat wordt geplaatst op de rekening of het ontvangstbewijs kan worden uitgedrukt
in BEF of in EUR of beide. De BTW-plichtige moet duidelijk aanduiden om welke
munteenheid het juist gaat als er door de drukker geen vermelding daaromtrent
is aangebracht.
Voor het
overige is de BTW-plichtige vrij te beslissen over de opmaak van het document.
Bijgevolg moeten alleen de bovengenoemde gegevens minimaal voorkomen op het
document. Dat betekent dat de stukken eveneens mogen worden opgemaakt in de
vorm van een werkelijke factuur.